Honden worden, net als mensen, niet agressief geboren. Het milieu waarin de pup opgroeit is bepalend voor de ontwikkeling van de hond. Hoe een hond reageert op bepaalde prikkels krijgt hij voor een deel mee van de moeder hond, maar het belangrijkste deel van de opvoeding begint pas in zijn nieuwe huis. Elk moment van de dag vertoont de hond gedrag. Om adequaat te handelen op dit gedrag, is het van belang te weten wat de hond ‘zegt’. Kennis van de lichaamstaal van de hond is essentieel om tijdig in te spelen op ongewenst gedrag. Liefst voordat dit gedrag een probleem gaat vormen. Het is de taak van ons, als eigenaar, om de hond wegwijs te maken in de drukke maatschappij van vandaag de dag. Dat is niet zomaar iets. Daar komt veel verantwoordelijkheid bij kijken. Dat wordt flink onderschat. Vaak hebben mensen een ideaalbeeld van huisje boompje, beestje. Een speelmaatje voor de kinderen, een allemans vriend voor vrienden en kennissen en iemand die waakt over het huis als wij slapen. Begrijp me niet verkeerd, dit alles is mogelijk. Zeer goed mogelijk zelfs. Maar niet zonder een grote investering van onze kant. Aan de inzet van de hond zal het niet liggen. Het zit in het DNA van de hond geschreven om een roedel te vormen. Voor de hond maakt het niet uit of de roedel uit mensen of honden bestaat.

Ik ben van mening dat een onvoorwaardelijke relatie tussen mens en hond alleen mogelijk is, wanneer de hond op een positieve manier wordt opgevoed en getraind. Door ervoor te zorgen dat de hond niet bang hoeft te zijn om fouten te maken tijdens de aanleerfase van de opvoeding, zal het voor de hond sneller duidelijk zijn wat wel gewenst gedrag is.